Naar inhoud springen

genie

Uit WikiWoordenboek
  • ge·nie
  • van Frans génie [1]
  • [A] in de betekenis van ‘die buitengewoon begaafd is’ aangetroffen vanaf 1784 [2] [3]
  • [B] in de betekenis van ‘wapen van de landmacht dat zorgt voor bouwwerkzaamheden’ aangetroffen vanaf 1861 [4] [3]
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord genie genieën
verkleinwoord genietje genietjes

[A]hetgenieo

  1. iemand die buitengewoon slim is of die ergens uitzonderlijk goed in is
     Toen hij in maart 1847 in audiëntie werd ontvangen door koning Christian VIII, zei hij tegen de vorst dat 'het ellendig was om een genie in een marktstad te zijn'.[5]
     'Ik denk wel eens dat hij een genie zou zijn geworden als hij verder was gegaan.[6]
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord genie -
verkleinwoord - -

[B]degeniev

  1. (militair) technische eenheid in het leger
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[8]
  • Zie Wikipedia voor meer informatie. (legereenheid)
  • Zie Wikipedia voor meer informatie (persoon).


  • IPA: /gɛnɪjɛ/
  • ge·nie

genie

  1. vocatief enkelvoud van genius
  2. accusatief meervoud van genius