gedegouteerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·de·gou·teerd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
degouteren

gedegouteerd

  1. voltooid deelwoord van degouteren
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gedegouteerd gedegouteerder gedegouteerdst
verbogen gedegouteerde gedegouteerdere gedegouteerdste
partitief gedegouteerds gedegouteerders -

Bijvoeglijk naamwoord

gedegouteerd

  1. ergens boos en ontevreden over zijn
    • De Italiaanse kiezer reageerde gedegouteerd, en bij de eerstvolgende verkiezingen stuikten de traditionele partijen ineen. Uit die politieke ruïnes dook Silvio Berlusconi op. Die zou drie regeringen leiden en talloze rechtszaken overleven, om uiteindelijk toch veroordeeld te worden wegens fraude. [1] 
    • Ze zitten beiden met hun voeten in een soort doos. De andere jongen voelt zich ongemakkelijk en haalt één voet uit de doos. ‘Bedoel je dat je haar dan ...?’ Maar nee, hij heeft haar hoofd niet naar beneden geduwd. Maar ze heeft haar ijsje gegeten, ja. Hij demonstreert hoe dat ging, vettig, met zijn eigen ijsje. Waarop jongen 2 gedegouteerd uit de ‘man-box’ stapt en jongen 1 verbijsterd achterblijft. ‘Wat is er met jou aan de hand?’ [2] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

39 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 19 mei 2018 Geboren uit gekrenkte trots
  2. De Standaard 19 mei 2018 Mannen gezocht om mannen tot de orde te roepen