Naar inhoud springen

afgemeten

Uit WikiWoordenboek
  • af·ge·me·ten
vervoeging van: afmeten…
verbogen vorm: afgemetene

afgemeten

  1. voltooid deelwoord van afmeten
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen afgemetenafgemetenerafgemetenst
verbogen afgemetenste
partitief afgemetensafgemeteners-

afgemeten

  1. niet meer dan het hoogst noodzakelijke
    • De eerste die ik sinds lange tijd sprak, afgezien van de weinige afgemeten woorden die ik aan het begin en het einde van de rit had gewisseld met mijn norse taxichauffeur, was een magere, donkere jongen in het nostalgische rode uniform van een piccolo. [1] 
     Toen ze weer iets zei, was haar toon afgemeten. 'Nou, dan moeten we maar eens zien wat je zoal kunt. Er ligt veel werk op je te wachten,'— ze knikte naar de stapel was — 'dus je kunt maar beter meteen beginnen.'[2]
     'Ik luisterde naar het ritme van haar stem: afgemeten en omfloerst; hij klonk niet helemaal Engels, hoewel er genoeg accent van een tochtige kostschool in doorklonk.[3]


100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. Pfeiffer, Ilja Leonard
    "Grand Hotel Europa" 2018 ISBN 978-90-295-2622-7 pagina 11
  2. Danielle Teller (vert. Marja Borg)
    “Er was eens iets anders” (2018), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026346477
  3. Jessie Burton (vert.Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be