fenomenologie

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fe·no·me·no·lo·gie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fenomenologie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

fenomenologie v

  1. (filosofie) de leer die wil trachten zonder enig vooroordeel de dingen te leren kennen zoals zij zich voordoen
  2. (wetenschap) de benadering die zich ertoe beperkt een verschijnsel zo grondig en nauwkeurig mogelijk te beschrijven zonder theorievorming over de oorzaken
    • Anderzijds kan in de fenomenologie wel geprobeerd worden op basis van de waargenomen verschijnselen uitspraken te doen over mogelijke gevolgen van die verschijnselen. 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

fenomenologie

  1. (wetenschap) fenomenologie


Roemeens

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

fenomenologie

  1. (wetenschap) fenomenologie


Tsjechisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

fenomenologie

  1. (wetenschap) fenomenologie