fenomeen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fe·no·meen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verschijnsel’ voor het eerst aangetroffen in 1778 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord fenomeen fenomenen
verkleinwoord fenomeentje fenomeentjes

Zelfstandig naamwoord

fenomeen o

  1. een verschijnsel
  2. uniek verschijnsel, zeldzaam verschijnsel
  3. buitengewoon persoon
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • fe·no·meen

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord fenomeen fenomene

fenomeen

  1. fenomeen