excuus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·cuus
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verontschuldiging’ voor het eerst aangetroffen in 1546 [1]
  • van het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord excuus excuses
verkleinwoord excuusje excuusjes

Zelfstandig naamwoord

excuus o

  1. het spijt uiten dat je iets fout gedaan hebt, verontschuldiging
  2. de reden dat je iets fout hebt gedaan zonder er de verantwoordelijkheid voor te willen dragen voorwendsel, smoes, dekmantel, vrijbrief, alibi
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen