excuus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·cuus
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord excuus excuses
verkleinwoord excuusje excuusjes

Zelfstandig naamwoord

excuus o

  1. het spijt uiten dat je iets fout gedaan hebt, verontschuldiging
  2. de reden dat je iets fout hebt gedaan zonder er de verantwoordelijkheid voor te willen dragen voorwendsel, smoes, dekmantel, vrijbrief, alibi
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl