excuses

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·cu·ses

Zelfstandig naamwoord

excuses mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord excuus


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
excusar

excuses

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van excusar
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van excusar
vervoeging van
excusarse

excuses

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van excusarse
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van excusarse