examineren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • exa·mi·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
examineren
examineerde
geëxamineerd
zwak -d volledig

Werkwoord

examineren

  1. (overgankelijk) aan een examen onderwerpen
    De leerlingen werden in de sporthal geëxamineerd.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl