statisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen statisch statischer
verbogen statische statischere
partitief statisch statischers -

Bijvoeglijk naamwoord

statisch [2]

  1. rustig, zich in evenwicht bevindend
  2. stil, niet beweeglijk
  3. (natuurkunde) betrekking hebbend op de statica
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal