bedwingen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·dwin·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedwingen
bedwong
bedwongen
klasse 3 volledig

Werkwoord

bedwingen

  1. overgankelijk onderwerpen of onderdrukken
    • Kom, we gaan die berg bedwingen. 
  2. overgankelijk in bedwang houden, beheersen
    • Bedwing jezelf en ga door met waar je mee bezig was. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.