afdwingen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·dwin·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afdwingen
dwong af
afgedwongen
klasse 3 volledig

Werkwoord

afdwingen

  1. (overgankelijk) onder dwang iets verkrijgen
    Zij verklaarde dat haar huwelijk met een moslim afgedwongen was.
  2. onweerlegbaar iets bewerkstelligen
    Hij dwong respect af bij alle medewerkers door de goede resultaten die hij bereikte.