dwang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dwang
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dwang m

  1. het uitoefenen van macht om iemand tegen diens wil iets te laten doen of laten
    De dictator heerste met veel macht en dwang over het geknechte volk, dat na vele jaren onderdrukking eindelijk in opstand kwam.
  2. (medisch) ziekelijke neiging om bepaalde dingen te doen, zucht
    De vrouw poetste de hele dag haar schone huis, ze had dan ook een ziekelijke dwang.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl