dwang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwang
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘machtsuitoefening’ voor het eerst aangetroffen in 1455 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord dwang
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dwang m

  1. het uitoefenen van macht om iemand tegen diens wil iets te laten doen of laten
  2. (medisch) ziekelijke neiging om bepaalde dingen te doen, zucht
    • De vrouw poetste de hele dag haar schone huis, ze had dan ook een ziekelijke dwang. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen