dwang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dwang
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dwang m

  1. het uitoefenen van macht om iemand tegen diens wil iets te laten doen of laten
  2. (medisch) ziekelijke neiging om bepaalde dingen te doen, zucht
    • De vrouw poetste de hele dag haar schone huis, ze had dan ook een ziekelijke dwang. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl