deugdelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • deug·de·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deugdelijkheid deugdelijkheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

deugdelijkheid v [1]

  1. het van goede kwaliteit zijn; betrouwbaar gebruikt kunnen worden; zonder gebreken of tekortkomingen
    • Het Italiaanse bedrijf wilde niet alleen dat onafhankelijke deskundigen de deugdelijkheid van de omstreden hogesnelheidstreinen gaan onderzoeken, maar eiste tevergeefs ook inzage in drie technische rapporten. Op basis van die rapporten besloot de NS kort na de NMBS om met de Fyra te stoppen. [2] 
    • Aan de finale van de Ronde van Vlaanderen wordt de komende jaren niet meer gesleuteld. Die uitdrukkelijke wens heeft koersdirecteur Wim Van Herreweghe geopperd in Het Nieuwsblad. 'Het parcours heeft haar deugdelijkheid bewezen. We willen op deze weg een traditie bouwen', luidt het. [3] 
    • GroenLinks was altijd al tegen de ontsluiting via de Hegebeekweg. Robin Wessels twijfelde in 2014 openlijk aan de deugdelijkheid van de onderzoeken op basis waarvan de gemeente besluiten nam. [4] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen