betrouwbaarheid
Uiterlijk
- Geluid: betrouwbaarheid (hulp, bestand)
- IPA: / bə'trɔubarhɛɪt / (6 lettergrepen)
- be·trouw·baar·heid
- afgeleid van betrouwbaar met het achtervoegsel -heid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | betrouwbaarheid | |
| verkleinwoord |
de betrouwbaarheid v
- de mate waarin met iets of iemand kan en mag vertrouwen
- De betrouwbaarheid van informatiesystemen wordt vooral bepaald door de mensen die er mee werken en de software die gebruikt is
- eerlijkheid
- De betrouwbaarheid van de wethouder was verdwenen toen bleek dat hij gelogen had over zijn verleden.
- Het woord betrouwbaarheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.