degraderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·gra·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘in rang verlagen’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1]
  • afgeleid van het Franse dégrader (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -eren) [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
degraderen
degradeerde
gedegradeerd
zwak -d volledig
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
degradatie
degradant

Werkwoord

degraderen [3]

  1. overgankelijk in rang, waardigheid of klasse verlagen
    • Hij werd gedegradeerd tot soldaat. 
    • Het meest bewierookte team van de moderne tijd was na 79 minuten gedegradeerd tot een stelletje zeurende, struikelende toeschouwers in gele shirtjes", zo wordt Barcelona op de plek gezet. [4] 
     Op slinkse wijze nam ze daarna de gesprekstouwtjes in handen om hen tot marionetten van de door haar geregisseerde poppenkast te degraderen.[5]
  2. ergatief tot een lagere rang of klasse gaan behoren
    • Dat was het jaar dat deze club uit de eredivisie degradeerde. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen