Naar inhoud springen

waardigheid

Uit WikiWoordenboek
  • waar·dig·heid
enkelvoud meervoud
naamwoord waardigheid waardigheden
verkleinwoord - -

dewaardigheidv

  1. hoedanigheid van waardig te zijn
     Nella denkt aan Marens waardigheid en besluit dat ze hier als laatste weggaat, al moet ze hier nog vijf uur blijven staan.[1]
     “Behoud je waardigheid zolang je kunt.” “Ik zal het proberen”, zei ik, opnieuw onzeker.[2]
  2. ambt waaraan eer en aanzien verbonden zijn
  3. (scheikunde) valentie
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be