dauw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Dauw op het gras

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dauw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dauw
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dauw m

  1. condensatiedruppels gevormd op de grond door afkoeling van vochtige lucht
    Het grasveld was bedekt met dauw.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • voor dag en dauw
heel vroeg in de ochtend
Vertalingen
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
dauwen

dauw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dauwen
    Ik dauw.
  2. gebiedende wijs van dauwen
    Dauw!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dauwen
    Dauw je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl