enorme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • enor·me

Bijvoeglijk naamwoord

enorme

  1. verbogen vorm van de stellende trap van enorm


Deens

Woordafbreking
  • enor·me

Bijvoeglijk naamwoord

enorme, g / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van enorm

enorme, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van enorm


Noors

Woordafbreking
  • enor·me
Naar frequentie 4562

Bijvoeglijk naamwoord

enorme, m / v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van enorm

enorme, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van enorm


Nynorsk

Woordafbreking
  • enor·me

Bijvoeglijk naamwoord

enorme, m /v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van enorm

enorme, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van enorm


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • e·nor·me
  enkelvoud meervoud
mannelijk enorme enormes
vrouwelijk enorme enormes

Bijvoeglijk naamwoord

enorme

  1. enorm