daging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord daging dagingen
verkleinwoord daginkje daginkjes

Zelfstandig naamwoord

daging v [1]

  1. (juridisch) het dagen, het dagvaarden [2]
Hyponiemen

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders
68 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Indonesisch

Woordafbreking
  • da·ging
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

daging

  1. (anatomie) spierweefsel
  2. (voeding) vlees, de delen van geslachte dieren, waaruit voedsel bereid wordt
  3. (figuurlijk) lichaam als tegendeel van geest of ziel
  4. (plantkunde) vruchtvlees


Javaans

Uitspraak
  • IPA: /dagɪŋ/

Zelfstandig naamwoord

daging

  1. (voeding) vlees, de delen van geslachte dieren, waaruit voedsel bereid wordt
Verwante begrippen
Overerving en ontlening