cultiveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cul·ti·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
cultiveren
cultiveerde
gecultiveerd
zwak -d volledig

Werkwoord

cultiveren overgankelijk [2]

  1. (landbouw) in cultuur brengen
  2. (landbouw) aankweken
  3. beschaven, vormen
  4. met zorg in stand houden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen