cultiveerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cul·ti·veer·de

Werkwoord

vervoeging van
cultiveren

cultiveerde

  1. enkelvoud verleden tijd van cultiveren
    • Ik cultiveerde. 
    • Jij cultiveerde. 
    • Hij, zij, het cultiveerde.