cultivator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cul·ti·va·tor


Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cultivator cultivatoren
cultivators
verkleinwoord cultivatortje cultivatortjes

Zelfstandig naamwoord

cultivator m

  1. (landbouw) (gereedschap) landbouwwerktuig om de grond los te maken en het onkruid te bestrijden
    cultivator bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen


Meer informatie