contra

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·tra
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord contra contra's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

contra v / m / o

  1. contrarevolutionair
    • in de jaren 1980 is het zelfstandig naamwoord contra ‘opstandeling in Nicaragua’ opgekomen 
  2. argumenten tegen de geponeerde stelling
    • In de discussie kwamen alle pro's en contra's ter sprake. 

Voorzetsel

  1. tegen [2]
    • Hij is weer eens contraproductief bezig. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Latijn

Voorzetsel

cŏntrā + accusatief

  1. tegen, tegenover
    «Contra Imperium Romanum.»
    Tegenover het Romeinse Rijk.