contra

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·tra
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord contra contra's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

contra v / m / o

  1. contrarevolutionair
    in de jaren 1980 is het zelfstandig naamwoord contra ‘opstandeling in Nicaragua’ opgekomen
  2. argumenten tegen de geponeerde stelling
    In de discussie kwamen alle pro's en contra's ter sprake.

Voorzetsel

  1. tegen [2]
    Hij is weer eens contraproductief bezig.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Latijn

Voorzetsel

cŏntrā + accusatief

  1. tegen, tegenover
    «Contra Imperium Romanum.»
    Tegenover het Romeinse Rijk.