contrabas
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen

Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- con·tra·bas
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘snaarinstrument’ voor het eerst aangetroffen in 1754 [1]
- samenstelling van contra en bas [2]
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | contrabas | contrabassen |
verkleinwoord | contrabasje | contrabasjes |
Zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) het laagstklinkende muziekinstrument van de strijkinstrumenten met een lagere toon dan de bas
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- cello, jazzmuziek, pizzicato, strijkorkest, strijkstok, symfonieorkest, viool, altviool, viola d'amore, viola da gamba
Vertalingen
1. het laagstklinkende muziekinstrument van de strijkinstrumenten
Gangbaarheid
- Het woord contrabas staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek uit 2013 werd "contrabas" herkend door:
97 % | van de Nederlanders; |
98 % | van de Vlamingen.[3] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "contrabas" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ contrabas op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be