concentreren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·cen·tre·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
concentreren
concentreerde
geconcentreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

concentreren

  1. (overgankelijk) centraliseren, op één plek samenbrengen
    Alle overheidsdiensten werden in één stad geconcentreerd.
  2. (wederkerend) zich ~ op één zaak toespitsen
    Dit bedrijf concentreerde zich alleen nog maar op één bezigheid en noemde dit haar corebusiness.
    Een op de vier studenten slikt ADHD-medicatie, zoals Ritalin, om zich beter te kunnen concentreren tijdens het studeren en dit aantal blijft stijgen. [2]
  3. (overgankelijk) (scheikunde) het ontdoen van overtollig oplosmiddel van een oplossing
    De oplossing werd geconcentreerd door indamping onder voorzichtig verwarmen.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. Wiktionnaire
  2. www.nu.nl