concentreren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·cen·tre·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
concentreren
concentreerde
geconcentreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

concentreren

  1. (overgankelijk) centraliseren, op één plek samenbrengen
    Alle overheidsdiensten werden in één stad geconcentreerd.
  2. (wederkerend) zich ~ op één zaak toespitsen
    Dit bedrijf concentreerde zich alleen nog maar op één bezigheid en noemde dit haar corebusiness.
  3. (overgankelijk) (scheikunde) het ontdoen van overtollig oplosmiddel van een oplossing
    De oplossing werd geconcentreerd door indamping onder voorzichtig verwarmen.
Vertalingen


Verwijzingen
  1. Wiktionnaire