concentrer
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| concentrer |
concentrais |
concentré |
| eerste groep | volledig | |
concentrer
- overgankelijk concentreren [1]
- overgankelijk (scheikunde) concentreren [3]
- overgankelijk bijeenbrengen, verzamelen
- wederkerend se~ zich concentreren