competitiewinst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pe·ti·tie·winst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord competitiewinst competitiewinsten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

competitiewinst v

  1. (sport) overwinning in een wedstrijd die onderdeel is van een toernooi met speelronden waarin als regel alle deelnemers elkaar zowel in een uit- als een thuiswedstrijd ontmoeten
     FC Barcelona heeft de uitschakeling in de Champions League zaterdag weggespeeld met competitiewinst op Athletic Bilbao. Voor 70.000 toeschouwers in Nou Camp won de Catalaanse voetbalclub met 2-0. (…) De winst bracht Barça een stapje dichter bij het landskampioenschap.[1]
  2. (sport) kampioenschap in een toernooi met speelronden waarin als regel alle deelnemers elkaar zowel in een uit- als een thuiswedstrijd ontmoeten
     Beide sites maken na elke gespeelde wedstrijd een update van hun voorspelling. De kans op competitiewinst kan aan het einde van een seizoen dan ook nogal verschillen met die aan het begin. Zo dacht de Euro Club Index bij de start van vorig seizoen dat PSV de 24ste landstitel binnen zou slepen, met een kans van liefst 53 procent. Latere kampioen Feyenoord maakte maar 5,7 procent kans.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 26 mei 2021 Weblink bron “FC Barcelona loopt uit, Schalke leidt” (14 maart 2005) op nrc.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 26 mei 2021 Weblink bron Joram Bolle “Ajax wordt kampioen - volgens deze statistieken althans” (11 augustus 2017) op nrc.nl