compenseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pen·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
compenseren
compenseerde
gecompenseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

compenseren

  1. (overgankelijk) iets goed (proberen te) maken, terug in balans brengen
    De oude fietser wist zijn verminderde snelheid te compenseren door langer door te fietsen.
    Een korte sluitertijd kun je compenseren met een groter diafragma of een lichtgevoeliger film.
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl