compenseerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pen·seer·de

Werkwoord

vervoeging van
compenseren

compenseerde

  1. enkelvoud verleden tijd van compenseren
    • Ik compenseerde. 
    • Jij compenseerde. 
    • Hij, zij, het compenseerde.