chachacha

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

chachacha dansers
Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·cha·cha
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Spaans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord chachacha chachacha's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

chachacha m [2]

  1. (dans) (muziek) Latijns-Amerikaanse ballroomdans met de bijbehorende muziek die oorspronkelijk uit Cuba komt
    • De Haaksbergse Harmonie gaat op de Latino-toer. Zondag (15.00 uur) verzorgt de harmonie in Theater De Kappen een concert met Spaanse en Zuid-Amerikaanse muziek. "Fandango, salsa, tango, merengue, samba, chachacha, van klassiek tot modern en met medewerking van de slagwerkgroep en meerdere solisten", zo laat de Harmonie weten. [3] 
    • ,,Ik denk dat dit uniek is in Nederland, zegt Ronald. ,,Er zijn wel fitnessoefeningen die je met je baby kunt doen, maar die zijn vaak gericht op herstel na de bevalling. Hier draait het echt om het dansen. Na wat voorzichtige beginpasjes gaat het al snel richting de eerste bewegingen van de chachacha. En de baby's? Die zijn allemaal stil, een aantal valt zelfs in slaap van het schommelen. [4] 
    • Peter Jan Rens (66) en zijn verloofde Virginia (23) leren de chachacha zodat ze een spetterende openingsdans kunnen neerzetten op hun bruiloftsfeest. Het oefenen gaat niet bepaald van een leien dakje, blijkt uit een preview van een nieuwe aflevering van hun reallifesoap. [5] 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen