busskur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Et busskur
Een bushokje


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • busskur
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 210415
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   busskur     busskuret     busskur     busskura
busskurene  
genitief   busskurs     busskurets     busskurs     busskuras
busskurenes  

Zelfstandig naamwoord

busskur, o

  1. (verkeer) abri, bushokje, wachthuisje
    «Det bør være i allmenn interesse å ha ha busskur som er i god stand.»
    Het zou in het algemeen belang moeten zijn bushokjes te hebben die in goede staat zijn.
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

busskur

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van busskur


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • busskur
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   busskur     busskuret     busskur     busskura  

Zelfstandig naamwoord

busskur, o

  1. (verkeer) abri, bushokje, wachthuisje
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

busskur

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van busskur