boomleeuwerik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·leeu·we·rik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boomleeuwerik boomleeuweriken
verkleinwoord boomleeuwerikje boomleeuwerikjes

Zelfstandig naamwoord

boomleeuwerik m

  1. (vogels) (Lullula arborea) een vogelsoort die inheems is in Nederland en België uit de familie Alaudidae op Wikispecies
    • Zag je die boomleeuwerik overvliegen? 
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie