boomleeuwerik
Uiterlijk

- Geluid: boomleeuwerik (hulp, bestand)
- IPA: / ˈbomlewəˌrɪk / (4 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˈbom.lɪː.β̞əˌrɪk/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈbom.leː.β̞əˌrɪk/
- boom·leeu·we·rik
- samenstelling van boom en leeuwerik
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | boomleeuwerik | boomleeuweriken |
| verkleinwoord | boomleeuwerikje | boomleeuwerikjes |
de boomleeuwerik m
- (zangvogels) een vogelsoort die inheems is in Nederland en België uit de familie Alaudidae, Lullula arborea
- Zag je die boomleeuwerik overvliegen?
- Het woord boomleeuwerik staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zangvogels in het Nederlands
- Vogels in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal