bolet
Uiterlijk
- bo·let
| Naar frequentie | 18216 |
|---|
bolet
- verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bole
har bolet
- voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bole
bolet
- voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van bole
bolet
- nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van bol
- bo·let
bolet
- nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van bol
- IPA: /bɔlɛt/
- bo·let
bolet imperfectief
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| eerste persoon | bolím | bolíme | |
| tweede persoon | informeel | bolíš | bolíte |
| formeel | bolíte | ||
| derde persoon | bolí | bolí / bolejí | |
- Oude schrijfwijze: boleti imperfectief
Categorieën:
- Woorden in het Noors
- Woorden in het Noors van lengte 5
- Woorden in het Noors met audioweergave
- Woorden in het Noors met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Noors
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Woorden in het Nynorsk van lengte 5
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nynorsk
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Werkwoord in het Tsjechisch
- Imperfectief werkwoord in het Tsjechisch