boeien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boei·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
boeien
boeide
geboeid
zwak -d volledig

Werkwoord

boeien

  1. overgankelijk iemands vrijheid beperken door hem vast te binden aan hand of voet; in de boeien slaan
    • De corrupte politicus werd gearresteerd en geboeid weggevoerd. 
  2. overgankelijk iemands aandacht vasthouden
    • De leraar wist de kinderen maar niet te boeien. 
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

boeien mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord boei

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie