fascineren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fas·ci·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘sterk boeien’ voor het eerst aangetroffen in 1553 [1]
  • afgeleid van het Franse fasciner (met het achtervoegsel -eren) [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fascineren
fascineerde
gefascineerd
zwak -d volledig

Werkwoord

fascineren

  1. overgankelijk iemands aandacht vasthouden
    • Het publiek was gefascineerd door het opgevoerde spektakel. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen