blauwband

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blauw·band
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blauwband blauwbanden
verkleinwoord blauwbandje blauwbandjes

Zelfstandig naamwoord

blauwband

  1. (vissen) Pseudorasbora parva; een visje van maximaal 11 cm dat van oorsprong uit Azië komt
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid