binder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Binder

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·der
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van binden met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord binder binders
verkleinwoord bindertje bindertjes

Zelfstandig naamwoord

binder m

  1. (beroep) afkorting voor boekbinder
  2. iemand of iets die of dat bindt
  3. machine voor het binden van schoven graan
Hyponiemen
Vertalingen


Deens

Woordafbreking
  • bin·der

Werkwoord

binder

  1. tegenwoordige tijd van binde