bijvoeglijk
Uiterlijk
- Geluid: bijvoeglijk (hulp, bestand)
- IPA: / bɛiˈvuxlək / (3 lettergrepen)
- bij·voeg·lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | bijvoeglijk | bijvoeglijker | bijvoeglijkst |
| verbogen | bijvoeglijke | bijvoeglijkere | bijvoeglijkste |
| partitief | bijvoeglijks | bijvoeglijkers | - |
bijvoeglijk [1]
- (taalkunde) nader bepalend
- Een bijvoeglijk naamwoord zegt wat over een zelfstandig naamwoord of een voornaamwoord.
- De lange, dikke, domme man is wel aardig. In deze zin zijn lange, dikke, domme en aardig bijvoeglijk naamwoorden.
- Het woord bijvoeglijk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bijvoeglijk" herkend door:
| 94 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -lijk in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 94 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %