dikke
Uiterlijk
- Geluid: dikke (hulp, bestand)
- IPA: / ˈdɪkə / (2 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˈdɪ.kə/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈdɪ.kə/
- (Limburg): /ˈdɪ.kə/
- dik·ke
- dik met de uitgang -e
dikke
- verbogen vorm van de stellende trap van dik
- ▸ Uiteindelijk is ook de worsteling met de pruimentaart en de dikke room voorbij.[1]
- ▸ Maren blijft zwijgen en bestudeert het borduurwerk op de sprei, de dikke letters B die krullerig tussen de bladeren en de bosvogels staan.[1]
- ▸ Zijn gele ogen beschijnen Nella en hij strekt zijn dikke lijf, dat bewijst dat hij bij het foerageren slim te werk gaat.[1]
| vervoeging van |
|---|
| dikken |
dikke
- aanvoegende wijs van dikken
- Het woord dikke staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- 1 2 3 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526