pienter

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pien·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘slim’ voor het eerst aangetroffen in 1906 [1]
  • van het Javaanse pinter "slim, bekwaam"
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pienter pienterder pienterst
verbogen pientere pienterdere pienterste
partitief pienters pienterders -

Bijvoeglijk naamwoord

pienter

  1. zeer slim
    • Hij is een pientere knaap. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen