besom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·som

Werkwoord

vervoeging van
besommen

besom

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besommen
    • Ik besom. 
  2. gebiedende wijs van besommen
    • Besom! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besommen
    • Besom je? 

Gangbaarheid


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
besom besoms

Zelfstandig naamwoord

besom

  1. bezem (in de vorm van een bundel twijgen rond een stok)
  2. (sport) (curling) bezem, wrijfblok
Verwante begrippen
vervoeging
onbepaalde wijs to  besom 
he/she/it  besoms 
verleden tijd  besomed 
voltooid
deelwoord
 besomed 
onvoltooid
deelwoord
 besoming 
gebiedende wijs  besom 

Werkwoord

besom

  1. overgankelijk, (verouderd) bezemen, vegen
Verwante begrippen