besommen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·som·men
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van som met het voorvoegsel be-

Werkwoord

besommen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
besommen
besomde
besomd
zwak -d volledig
  1. (visserij) bepalen wat de waarde van de totale vangst is
Synoniemen

Gangbaarheid

35 % van de Nederlanders;
25 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen