Naar inhoud springen

bepleiten

Uit WikiWoordenboek
  • be·plei·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bepleiten
bepleitte
bepleit
zwak -t volledig

bepleiten

  1. overgankelijk argumenten aandragen om een te nemen beslissing in bepaalde zin te beïnvloeden
    • Er werd een verlaging van het tarief bepleit. 
    • Tijdens zijn pleidooi bepleitte de advocaat vrijspraak voor zijn cliënt. 
98 %van de Nederlanders;
94 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be