bepleiten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·plei·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bepleiten
bepleitte
bepleit
zwak -t volledig

Werkwoord

bepleiten

  1. (overgankelijk) argumenten aandragen om een te nemen beslissing in bepaalde zin te beïnvloeden
    Er werd een verlaging van het tarief bepleit.
Vertalingen