pleiten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plei·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
pleiten
pleitte
gepleit
zwak -t volledig

Werkwoord

pleiten

  1. (inergatief) argumenten aandragen in de hoop een bepaalde beslissing te bewerkstelligen
    Er wordt al enige tijd gepleit voor de invoering van euro-obligaties.