pleidooi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plei·dooi
enkelvoud meervoud
naamwoord pleidooi pleidooien
verkleinwoord pleidooitje pleidooitjes

Zelfstandig naamwoord

pleidooi o

  1. een rede die een advocaat houdt voor een rechtbank om te pleiten voor zijn cliënt
    • Volgende week zal het OM reageren op de pleidooien van de advocaten. 
  2. dringend verzoek, betoog om iets te doen
    • Er moet een krachtig pleidooi gehouden worden om de regering op andere gedachten te brengen. 
    • Hij vond gehoor met het pleidooi om snel aan de slag te gaan. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie