beperkte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·perk·te

Bijvoeglijk naamwoord

beperkte

  1. verbogen vorm van de stellende trap van beperkt

Werkwoord

vervoeging van
beperken

beperkte

  1. enkelvoud verleden tijd van beperken
    • Ik beperkte. 
    • Jij beperkte. 
    • Hij, zij, het beperkte.