belonen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·lo·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van loon met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en of afgeleid van lonen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
belonen
beloonde
beloond
zwak -d volledig

Werkwoord

belonen

  1. overgankelijk een prestatie of goede daad met geld of op een andere manier erkennen
    • Zijn werk werd goed beloond. 
    • Prestaties bij STRAVA worden beloond met kudo's. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.