lonen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘opwegen tegen, vergelden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1201 [1]

Zelfstandig naamwoord

lonen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord loon

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen