beksel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[1] Et beksel.
Een teugel.
[2] Et beksel.
Een leidsel.

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • bek·sel
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord beizl.

Zelfstandig naamwoord

beksel[1] o

  1. (verouderd) teugel
  2. (verouderd) leidsel
Verbuiging
archaïsch enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   beksel     bekselet,
bekslet  
  beksel,
beksler  
  beksla,
bekslene  
genitief   beksels     bekselets,
bekslets  
  beksels,
bekslers  
  bekslas,
bekslenes  
Synoniemen

Verwijzingen

  1. Het woord beksel is in het Noors (bokmål) sinds 1 juli 2005 vervallen en vervangen door bissel.
    Rettskrivningsendringer fra 1. juli 2005, nr. 1.1.2 (in het Noors)


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • bek·sel
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord beizl.

Zelfstandig naamwoord

beksel o

  1. teugel
  2. leidsel
    «Transport med hest ble gjort lettere ved hjelp av sadel, beksel og stigbøyle.»
    Het vervoer met paarden werd gemakkelijker gemaakt door het gebruik van zadel, leidsel en stijgbeugel.
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   beksel     bekselet,
bekslet  
  beksel     beksla  
genitief                
bijvormen enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief               beksli  
Schrijfwijzen
Synoniemen