anhelar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·he·lar
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
anhelar
anhelaba
anhelado
volledig

Werkwoord

anhelar

  1. overgankelijk begeren
  2. smachten naar, hunkeren naar, verlangen naar